Submitted by: Studiekeuzebeurs Midden

De kracht van het mbo: vijf clichés weerlegd

Jaja, dat veel ouders hun kind het liefst naar het hbo of de universiteit zien gaan: dat weten we nu wel. Maar in een tijd dat werkgevers en consumenten zitten te springen om vakmensen, groeit tegelijkertijd de waardering voor het mbo. Gelukkig maar, vinden twee mbo-ambassadeurs en MBO Raad-voorzitter Ton Heerts.

Sabria Zaid, mbo-student doktersassistente, hoeft niet lang na te denken over de vraag waarom het mbo zo belangrijk is. Als ‘student van het jaar’ van ROC Midden Nederland toont ze zich een volleerd mbo-ambassadeur: Sabria: ,,Zonder mbo’ers draait de maatschappij niet. Mbo’ers zorgen ervoor dat fabrieken blijven draaien, dat er huizen worden gebouwd, dat we voeding kunnen blijven consumeren, dat er bruggen worden gebouwd en dat er zorg is voor onze lieve ouders en opa’s en oma’s. Als het mbo zou wegvallen, zou de hele maatschappij in elkaar storten. Het mbo is als het fundament van een huis.’’

Er zullen weinig Nederlanders zijn die het pleidooi van Sabria zullen ontkennen. En toch zijn er nog mensen die het mbo niet voor vol aanzien. Misschien blijven ze te veel hangen in onderstaande clichés?

Cliché 1: Op het mbo zitten doeners, geen denkers

Fleur Hagen (19), vierdejaars student Grafische Vormgeving aan het Grafisch Lyceum Utrecht, is het levende bewijs dat denken én doen op het mbo juist prima samengaat. ,,Het mbo is praktijkgericht onderwijs, en daarvan leer je meer dan alleen theorie.’’

En ja, voor veel studenten is het fijn dat je niet alleen maar in de boeken hoeft te duiken, illustreert mbo-ambassadeur Fleur uit Nieuwegein aan de hand van haar eigen situatie: van denken en doen ga je groeien. ,,Ik heb naast mijn mbo-opleiding inmiddels een bedrijf onder mijn eigen naam, ook in grafische vormgeving. Ik doe onder meer de vormgeving voor evenementen en voor bedrijven in de kledingbranche. Dat gaat inmiddels zó goed dat ik het werk nauwelijks aankan, ik heb nu zelfs een wachtlijst.’’

En dat terwijl Fleur op de basisschool niet werd bestempeld als ‘uitblinker’. Fleur: ,,Ik heb dyslexie en dyscalculie, ik moet qua taal altijd goed opletten wat ik mail - dus ook naar mijn klanten.’’ Veel belangrijker dan het stempeltje dyslexie zijn de kwaliteiten die je wel hebt, vindt Fleur: niet denken in beperkingen of mindere kwaliteiten, maar denken in mogelijkheden. ,,Eigenlijk vind ik ons onderwijssysteem niet goed. Nu gaat het op de basisschool eigenlijk alleen om taal en rekenen. Als je daar goed in bent, ga je naar de havo of het vwo. Maar daarbij ga je voorbij aan zo veel meer kwaliteiten en talenten die andere kinderen hebben. Het is juist fijn dat je op het mbo de kans krijgt om die kwaliteiten wel te laten zien. Het mbo is heel breed. Iedereen kan zichzelf zijn en zichzelf ontwikkelen.’’

En, zegt Fleur, het zou nog beter kunnen. ,,Mijn broertje heeft een lichamelijke beperking en heeft verstandelijk hetzelfde niveau als ik. Toch is het voor hem – omdat er vooral wordt gekeken naar zijn beperking - heel moeilijk om bij sommige opleidingen terecht te kunnen. Zo jammer, want het mbo is volgens mij juist de plek waar je dromen kunt waarmaken.’’

Cliché 2: Het mbo is een aflopende zaak, met dalende studentenaantallen

Het tweede deel van dit cliché is helaas waar, zegt Ton Heerts, voorzitter van de MBO Raad. ,,De verwachting is dat het aantal mbo-studenten de komende jaren terugloopt. Een belangrijke oorzaak is de teruglopende bevolkingsgroei, er worden simpelweg minder kinderen geboren. Die terugloop is wel erg regionaal bepaald. In delen van Nederland is er krimp, in andere delen juist groei, bijvoorbeeld in de grote steden.’’

Het andere deel van de bewering ‘het mbo is een aflopende zaak’ is juist niet het geval, zegt Fleur Hagen. ,,Eerst wilde ik hier gewoon mijn mbo-diploma halen en daarna een leuke baan in loondienst. Maar door mijn opleiding en mijn eigen bedrijf ben ik van mening veranderd.’’ Met een mbo-diploma zou je verder kunnen naar het hbo, maar tegelijk ligt de wereld open voor andere mogelijkheden. ,,Na mijn diploma wil ik verder groeien via cursussen en master-programma’s, ik wil me nog verder gaan specialiseren. Dat past mij beter dan een volledige hbo-opleiding.’’

Een terugloop in het aantal studenten stelt Nederland waarschijnlijk wel voor forse problemen, stelt ook Ton Heerts namens de MBO Raad. ,,Het mbo biedt superbelangrijk onderwijs, de scholen staan midden in de samenleving en we zijn een belangrijke partner voor bijvoorbeeld de energietransitie. Daarvoor zijn heel veel vakmensen op mbo-niveau nodig. Maar ook de zorg, defensie, de techniek zijn sectoren die staan te springen om mbo’ers.’’

Cliché 3: Het mbo heeft niet zo’n best imago

Volgens Heerts verandert het imago van het mbo juist ten goede: de waardering voor vakmensen groeit. ,,Maar sommige jongeren en ouders houden vast aan het idee dat ‘hoger’ altijd ‘beter’ is.’’ Jammer, want het klopt gewoon niet, aldus Heerts: ,,De praktijk wijst uit dat je met een mbo-diploma op weg bent naar een uitstekende baan en prima salaris.’’

En over dat imago: daar wordt aan gewerkt, ook door de nieuwe generatie. Zoals Sabria Zaid, die als mbo-ambassadeur laat zien dat een mbo-opleiding dé plek is waar je je goed kunt ontwikkelen. ,,Ik wil graag iets voor mbo-studenten betekenen, zodat zij zich zelf meer gaan waarderen, eigen kwaliteiten gaan ontdekken en zelfverzekerder worden. Zelf heb ik ook ervaren hoe fijn en belangrijk het is als dat gebeurt, als docenten je motiveren om er alles uit te halen, om te doen wat in je vermogen ligt.’’ En dat wil Sabria graag overbrengen op anderen, onder meer door te laten zien dat het mbo heel breed is én een plek waar je op verschillende niveaus (zie ook kader) terecht kan. ,,Het mbo is van ons allemaal. Ik vind het belangrijk dat iedereen gehoord wordt, want elk mens is uniek.’’

Cliché 4: Met een mbo-diploma word je niet rijk

Iedereen die weleens een mbo-opgeleide hovenier, monteur of andere vakman of -vrouw benadert voor een offerte, kan erover meepraten: vaklui vragen én krijgen tegenwoordig uitstekende uurtarieven voor hun diensten – niet zelden hoger dan hbo’ers ‘op kantoor’. En het prima salaris waar Heerts het over had, wordt waarschijnlijk alleen maar beter. Nu er op verschillende fronten tekorten zijn of dreigen, zouden de lonen en tarieven voor de diensten van de vaklui volgens de normale economische wetten verder moeten stijgen.

Ook Fleur Hagen weet dat. Als kersvers ondernemer kun je immers je eigen tarieven vaststellen, maar belangrijker dan het verdienen van een topinkomen is het werkplezier. Daar word je misschien niet direct rijk van, maar het ‘verrijkt’ je wel als mens. Fleur: ,,Ik vind het helemaal niet erg om wat extra uren te maken, ik werk met passie. Ik zou scholieren ook altijd adviseren om een opleiding en werk te vinden waar je echt goed in bent, wat je echt leuk vindt. Ik zou nooit op een of ander kantoor gaan werken omdat bijvoorbeeld je ouders vinden dat dat het beste voor je is.’’

En nee, een mbo-diploma hoeft geen eindstation te zijn, weet ook Sabria Zaid. Ze wil eerst doktersassistent worden, en daarna verder naar hbo-verpleegkunde of operatieassistent. Kortom: voor wie verder wil, kan het mbo ook een springplank zijn.

Cliché 5: Je wordt opgeleid voor één beroep dat over 10 jaar misschien niet meer bestaat

Bovenstaande zorg leeft niet alleen bij het mbo, maar ook bij het hbo. Tegelijkertijd wordt er door veel mbo-opleidingen al volop op die ontwikkeling ingespeeld, zegt MBO Raad-voorman Ton Heerts: ,,De arbeidsmarkt verandert razendsnel. Beroepen verdwijnen, veranderen, er ontstaan nieuwe beroepen. We leiden nu al op voor beroepen die we eigenlijk nog niet eens goed kennen. Dat is een uitdaging, en een opdracht voor mbo en bedrijfsleven samen. In de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs en Bedrijfsleven werken onderwijs en bedrijfsleven samen met de vakbonden aan ‘toekomstbestendig beroepsonderwijs’. Dat betekent dat scholen steeds meer bedrijven worden, bedrijven steeds meer scholen. Met opleidingen die passen bij wat beroepen vragen, met onderwijs dat past bij jongeren die hun beroepsdiploma willen halen. Maar ook bij mensen die al jaren werkzaam zijn en hun kennis komen bijspijkeren of zich willen omscholen om een carrièreswitch te maken.’’

Daarbij leiden mbo’s volgens Heerts steeds minder op voor één specifiek beroep. ,,Het gaat meer en meer om de juiste vaardigheden op de werkvloer, zoals collegialiteit en samenwerken. Dat vraagt dus om flexibel onderwijs. Het mbo is er allereerst voor een volledige opleiding. En daarnaast voor een leven lang ontwikkelen, met het volgen van modules, voor het halen van certificaten.’’

Wat kun je worden?

Heb je wel oren naar een mbo-opleiding, maar weet je nog niet goed wat je daarmee kunt doen? Kijk dan op kiesmbo.nl. Daar vind je onder meer informatie en filmpjes over honderden beroepen.

Kans op werk?

Soms lijkt het alsof iedere mbo’er tegenwoordig makkelijk een baan vindt. Toch is dat niet het hele verhaal, waarschuwt de SBB, de Stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven. Op s-bb.nl vind je - per regio en per sector - prognoses voor mbo-studenten op stages, leerbanen en werk.

In z’n algemeenheid geldt dat je met een mbo-diploma op niveau 4 de grootste kans op werk hebt, maar niet alle sectoren zijn even kansrijk. Wat wel zeker is: technisch opgeleide mbo’ers zijn zeer geliefd bij werkgevers.

Wil je meer weten over het mbo en je baankansen? Op Studiekeuzebeurs Midden en De BuitenlandBeurs kun je bij de stand KiesMBO.nl je toekomst laten voorspellen. Daarna kun je met een adviseur praktijkleren verder in gesprek gaan over je toekomst.

Wil je ook persoonlijke ervaringen lezen over leren (en werken) in het mbo? Op www.ditismbo.nl vind je de verhalen van mbo’ers.

Mbo in cijfers

• In het studiejaar 2018-2019 volgden ongeveer 508.000 studenten een mbo-opleiding. Ruim de helft daarvan doet de opleiding op niveau 4. 74 procent van alle mbo-studenten volgt de beroepsopleidende leerweg (bol). Daarbij ga je meestal vier of vijf dagen naar school en een deel van je opleiding bestaat uit stages.

• De meeste overige studenten volgen de beroepsbegeleidende leerweg (bbl). Daarbij ga je gemiddeld één dag per week naar school, de rest van de week werk je. Vroeger heette de bbl het ‘leerlingstelsel’.

• Van de huidige werkzame bevolking in Nederland (ruim 8,5 miljoen mensen) hebben ongeveer 3,5 miljoen werknemers een mbo-diploma.

• Studenten komen na hun studie vaak in dienst van hun stagebedrijf: 40 procent van de bol-studenten en 82 procent van de bbl-studenten ‘blijft hangen’ na een stage.

Studiekeuzebeurs Midden én De BuitenlandBeurs op 22 en 23 november

Ben je benieuwd welke opleidingen er allemaal zijn op het mbo? En voor welk beroep je na die opleiding klaar bent? Kom dan naar de Studiekeuzebeurs Midden op 22 en 23 november. In de Utrechtse Jaarbeurs vind je een groot aantal stands met studenten en vertegenwoordigers van opleidingen die je wijzer maken. Op de beurs is overigens ook volop informatie over het hbo te krijgen.

Naast de ruim 70 scholen en opleidingen zijn er ook (leerwerk)bedrijven uit verschillende branches. Op de beurs zijn studieadviseurs, die je in een persoonlijk gesprek verder kunnen helpen bij het zoeken naar de juiste opleiding. Verder zijn er voorlichtingssessies over interessegebieden als ‘natuur & gezondheid’ en ‘bedrijfskunde, economie en management’.

Tegelijkertijd, dus ook op 22 en 23 november, wordt ook De BuitenlandBeurs gehouden. Die kun je als bezoeker van de Studiekeuzebeurs ook direct gratis bezoeken. In Utrecht krijg je dus twee beurzen ‘voor de prijs van één’: op De BuitenlandBeurs (met deelname van ruim 130 onderwijsinstellingen) kom je alles te weten over een tussenjaar, studies en stages in het buitenland en financiën.

De toegang tot beide beurzen is gratis. Meld je wel vooraf even aan. Bekijk hier het programma en de deelnemerslijst.

studiekeuze

Add new comment